Kniepijn bij kinderen: osgood schlatter
Knie- en onderbeenklachten
Osgood-Schlatter – kniepijn bij kinderen: pijn en zwelling net onder de knieschijf, ter hoogte van het scheenbeen, vaak bij groeiende kinderen en jongeren die sporten.
Osgood-Schlatter is een overbelasting ter hoogte van de aanhechting van de patellapees op het scheenbeen. De klachten komen vooral voor bij kinderen en jongeren in de groeifase, zeker wanneer ze regelmatig sporten.
Herken de klachten
Typische klachten zijn:
- Pijn net onder de knieschijf
- Zwelling of verdikking ter hoogte van de aanhechting van de pees op het scheenbeen
- Meer last bij lopen, springen, hurken of traplopen
- Gevoeligheid bij drukken op de pijnlijke plek
- Soms een zichtbare of voelbare bult onder de knie
Hoe ontstaat het
Osgood-Schlatter ontstaat door herhaalde trekkracht van de patellapees op de groeischijf ter hoogte van het scheenbeen. Tijdens de groei is die zone gevoeliger voor overbelasting. Vooral bij sporten met veel lopen, springen, afzetten en plots remmen kan irritatie ontstaan.
Factoren die vaak meespelen zijn:
- Een groeispurt
- Veel sportbelasting
- Herhaalde trekkracht van de bovenbeenspieren op de knie
Ook de stand en functie van de voet hebben invloed op de belasting van de knie. Als de voet onvoldoende stabiel is of te veel naar binnen zakt, kunnen krachten minder gunstig doorwerken naar het onderbeen. Daardoor kan de tractie op de patellapees toenemen.
Wat kan de podoloog doen
De podoloog onderzoekt of de stand en functie van de voet mee invloed hebben op de belasting van de knie. Daarbij wordt gekeken naar de voetstand, het stappatroon en de manier waarop krachten doorwerken van voet naar knie.
Afhankelijk van de bevindingen kan de podoloog helpen met:- Podologische zooltherapie om de voetfunctie te sturen en de belasting beter te verdelen
- Advies ivm tijdelijk verminderen of afbouw van de sportactiviteiten
- Schoenadvies afgestemd op de voet en de dagelijkse of sportieve belasting
- Advies in combinatie met kinesitherapie of oefentherapie wanneer een bredere aanpak nodig is